Biografie Roger Van de Velde (2):Walter, Kris en Piet

Mijn archiefwerk in het Letterenhuis onderbreek ik nu en dan voor ontmoetingen met mensen die Roger Van de Velde gekend hebben of die net als ik, door hem begeesterd zijn. Stuk voor stuk bijzondere mensen, waarvan de ogen gaan blinken zodra ze het over Roger hebben.

De eerste persoon die ik opzoek is Walter van den Broeck. Hij ontvangt me in een gezellige kamer vol boekenkasten. ‘Dit zijn enkel de Nederlandstalige boeken,’ zegt hij.  Op tafel liggen op een stapeltje alle gepubliceerde boeken van Roger Van de Velde. Om jaloers op te zijn. Want al heb ik ondertussen wel alle boeken van Roger gelezen, ik heb ze nog niet allemaal in mijn bezit.

Walter vertelt over de twee keer dat hij Roger ontmoette en over de schrijversactie die werd opgezet om hem vrij te krijgen. Wanneer zijn geheugen hem in de steek dreigt te laten, duikt hij plots weg achter zijn bureau. Hij opent een kast met daarin rijen handgeschreven dagboeken, netjes geordend per jaartal. Walter leest voor wat hij schreef de dag dat hij vernam dat Roger Van de Velde stierf. Even moet ik slikken. Ook Walters ogen zijn vochtig.

Roger Van de Velde inspireert bijna vijftig jaar na zijn dood kunstenaars die hem nooit gekend hebben. Op het terras van café Kamiel ontmoet ik Kris Verdonck. Net als ik nu, bracht hij maanden door in de archieven van het Letterenhuis. En net als ik is hij gefascineerd door het verhaal van Roger Van de Velde, maar nog meer door zijn ijzersterke, sobere proza.

Kris is een droom van een tipgever: de namen van mensen die Roger gekend hebben of mensen kennen die hem gekend hebben vliegen rond mijn hoofd, alsook boekentips, gegevens over de gevangenis in Merksplas, het gebruik van Palfium en de journalisten van De Nieuwe Gazet.

Kris maakte een kortfilm ‘De Knetterende Schedels’. Mis je kans niet om deze kortfilm te zien, het is een pareltje dat je naar de keel grijpt.  De film vertrekt binnenkort op festivaltournee en zal in verschillende landen te zien zijn. Roger Van de Velde zat dan misschien lang achter tralies, zijn werk spreidt de vleugels. De trailer kan je online bekijken.

In het archief vond ik een Frans opstel dat Roger Van de Velde schreef in 1944. Er zat een brief bij van Piet Verelst. Deze man zat in de jaren 40 naast Roger op de schoolbanken. Wanneer ik hem contacteer, vertelt hij me dat hij zich Roger Van de Velde nog goed herinnert. Roger was ‘rijper’ dan de andere jongens van de klas en tijdens discussies met de leraar kwam hij aandraven met kennis en argumenten waar zij nog nooit van gehoord hadden. Piet had grote bewondering voor Roger, die vooral erg goed was met taal. Daarom had hij het opstel al die jaren bewaard en opgestuurd naar het Letterenhuis. Piet vertelt me over hun dagelijkse wandeling naar de tram, over de andere vrienden van Roger, over het leven op school in Antwerpen ten tijde van de oorlog. Ondertussen is Piet meer dan negentig jaar oud en de herinneringen aan zijn schoolkameraad zijn beperkt.  We beloven om contact te houden. Wanneer ik meer informatie vind over Rogers schoolperiode, zal ik die aan hem doorspelen, misschien komen er dan meer herinneringen boven drijven.

Fijne mensen, fijne ontmoetingen. En nu weer verder de archieven in.

De Knetterende Schedels - Kris Verdonck
uit De Knetterende Schedels, kortfilm van Kris Verdonck

 

Biografie Roger Van de Velde (1): Waar ben ik aan begonnen?

Nog geen klein jaar geleden las ik, op aanraden van Erik Vlaminck, voor het eerst een boek van Roger Van de Velde. De Knetterende Schedels blies me van mijn sokken. In glashelder proza en met veel mededogen schetst Van de Velde portretten van zijn lotgenoten in de psychiatrische afdeling waar hij verbleef.

Wie was deze Roger Van de Velde? En waarom had ik nog nooit eerder van hem gehoord? Omdat ik te laat uit de bloemkolen ben gekropen, zo bleek. In de jaren zestig en zeventig was er ruimschoots aandacht voor het ‘geval’ Van de Velde, daarna belandde hij in de vergeethoek.

Na zijn derde maagoperatie kreeg Roger Van de Velde Palfium voorgeschreven. Wat later bleek het goedje verslavend te zijn en kwam het op lijst van de narcotica terecht. Geen enkele dokter wilde de ondertussen zwaar verslaafde Van de Velde nog Palfium voorschrijven. Hij begon doktersbriefjes te vervalsen en liep tegen de lamp. Zijn advocaat pleitte ontoerekeningsvatbaarheid en na een hallucinant onderzoek van 25 minuten bij de psychiater, werd besloten dat Van de Velde geïnterneerd moest worden. Van de laatste acht jaar in zijn leven zou hij er zes achter de tralies doorbrengen. Net in deze schrijnende omstandigheden schreef deze man zijn heldere proza. Dankzij een schrijversactie raakte hij uit de gevangenis en zou hij opgenomen kunnen worden in de Jellinekkliniek te Amsterdam. Maar daar is hij nooit geraakt. Op 30 mei 1970 bezweek hij op een Antwerps terras aan de gevolgen van zijn Palfiumverslaving.

De afgelopen maanden schuimde ik tweedehandsboekenwinkels af, op zoek naar Van de Veldes boeken, want zijn werk wordt niet meer uitgegeven. Toen ik op een dag samen met Erik Vlaminck koffie dronk in café De Kat, vertelde ik hem dat ik die dag niets had gevonden bij boekhandel Demian. Erik opende zijn rugzak en toverde de Verzamelde Werken van Van de Velde tevoorschijn. ‘Net gekocht bij Demian.’ Erik is een man met veel manieren. Hij gaf me het boek cadeau.

Na enkele mails heen en weer over mijn Van de Velde-obsessie, opperde Erik dat een biografie over Van de Velde ontbreekt en of ik die misschien niet wilde schrijven. Na wat getreuzel (‘Erik, zou jij dat niet beter schrijven?’, kwam het enthousiasme, het eerste contact met mijn uitgever over mijn plannen, de eerste mails met Van de Veldes erven. Het plan is de biografie klaar te hebben in 2020, dan is het vijftig jaar geleden dat Roger Van de Velde stierf.

Ondertussen zijn we enkele weken verder en overheerst de paniek. Waar ben ik aan begonnen? Wat als ik de mist inga? Hoe vind ik informatie over zijn jeugd? Hoe werk ik me door de bergen archiefmateriaal? Wat voor soort biografie ga ik schrijven? Zal ik de juiste toon vinden?

Tot ik vorige week het handschrift van Knetterende Schedels in mijn handen had. Een eenvoudig schriftje, prachtig proza in blauwe en zwarte inkt. Ik had goud in mijn handen.

Wilt u meer lezen over Roger Van de Velde? Zijn kleinzonen zorgden voor een mooie website www.rogervandevelde.be

Handschrift
Het schriftje waarin Roger Van de Velde De Knetterende Schedels neerpende.

Schrijfresidentie Wisper (week 5,6 en 7)

De afgelopen weken kon ik minder tijd doorbrengen in het atelier. En ik miste het. Waar ik kon, probeerde ik toch om enkele uurtjes te gaan.  Het blijft me verbazen hoe ik in de Bouwmeesterstraat meer werk verzet dan thuis in mijn schrijfkamer. Op een paar uur heb ik een ruwe versie van een kort verhaal klaar.

Mijn tango-boek begint langzaamaan meer vorm te krijgen. Ik heb de thema’s geselecteerd waarover ik het zou willen hebben: de connectie, de geschiedenis, de muziek, de passie, tango hier in België,…. Hoe meer boeken ik lees en hoe meer artikels ik achter de kiezen heb, hoe meer ik besef hoe rijk de tangocultuur is. Mijn boek zal slechts een kleine stukje ervan weerspiegelen.

Research doen, interviews afnemen, het is fijn werken. Heel anders dan een roman. Al hoor ik mijn manuscript me af en toe roepen.  Het herschrijven stel ik nog even uit. Tot 1 september.

Schrijfresidentie Wisper (week 4)

Een nieuwe week, een nieuwe start.  Ik ruim mijn werktafel op. Alles wat ook maar doet denken aan het manuscript van mijn tweede roman moet voor enkele weken verdwijnen. De uitgever en een collega-schrijver mogen er nu hun ogen over laten glijden. Ik wil afstand nemen, zodat ik er later met een frisse blik weer mijn tanden in kan zetten.

Al lange tijd heb ik een boek over tango in mijn hoofd. Geen handleiding of naslagwerk, maar een soort van mozaïek met korte verhalen, essays en interviews waarmee ik lezers warm kan maken voor deze prachtige dans en cultuur waar ik zelf zo verslaafd aan ben.

Hoewel ik al enkele jaren dans, ben ik in tango-termen nog steeds een tango-baby. Daarom laat ik me bij het schrijven van dit boek leiden door Dirk De Brauwer, een milonguero met meer dan een kwarteeuw danservaring.

Fase één van dit nieuwe boek: lezen, veel lezen, notities maken. Heerlijk om dat te doen aan de grote werktafel in het atelier van Wisper.

Schrijfresidentie Wisper (week 3)

Het was een vruchtbare week. Ik werkte versie-ik-weet-niet-meer-hoeveel van mijn nieuwe manuscript af.

In de eindfase – ik hoop toch dat ik daar beland ben – voelt het alsof ik een timmerman ben die schaaft en schuurt om een zo mooi mogelijk resultaat te verkrijgen. Een woord vervangen door een ander woord, of nee, toch dat eerste woord behouden. Een hoofdstuk dat naar voor moet in het verhaal. Of moet het volledig geschrapt worden? En niet te vergeten: de stopwoordjes eruit in filteren. In dit verhaal werd veel te veel Cynar met witte wijn gedronken en vloeiden ook de beschrijvingen van kleuren iets te rijkelijk. Schrappen, schrappen dus.

Het is fijn om dit timmerwerk in het beeldatelier van Wisper te doen. De tafels zijn er groot zodat ik me kan omringen met alle papieren, aantekeningen en nota’s die ik nodig heb. Ik maak ook een groot schema zodat ik een overzicht krijg van wat ik in welk hoofdstuk vertel.

Het manuscript kan nu een tijd aan de kant. Opsturen naar de uitgeverij en wachten op de feedback. Volgende week is er dus tijd en ruimte voor wat anders.

Deze week kreeg ik voor het eerst gezelschap van Elske Van Lonkhuyzen. We werken een namiddag samen. Gek hoe het getik van haar vingers op haar laptop mij aanzet om niet te treuzelen en ijverig door te schrijven. Soms is het even stil, dan telt ze haar haiku-woorden op haar vingers na. Ik kijk alvast naar haar toonmoment eind augustus.

En kijk, de Bouwmeestersstraat is mijn manuscript in geslopen.

Schrijfresidentie Wisper (week 2)

Mijn tweede week in de Bouwmeesterstraat. Het beeldatelier voelt al aan als een vertrouwde plek. Het werken aan mijn roman verloopt hier vlotter dan thuis. Is het de omgeving? De aanwezigheid van de creatievelingen die naast en onder mij aan het werk zijn? Het gevoel om op een werkplek te zijn? De afwezigheid van een internetverbinding speelt zeker en vast een rol. Soms vloek ik even wanneer ik iets wil opzoeken of op juistheid wil controleren en dat niet kan. Maar het ontbreken van internet is toch vooral een zegen voor de schrijverij. Ik surf immers zo gemakkelijk van de ene naar de andere pagina, naar mijn mail, naar facebook en andere tijdverdrijverij dat de minuten snel wegtikken. Nu schrijf ik gewoon op wat ik wil controleren en doe dat ’s avonds thuis. Ik word hier nog een efficiënte schrijfster.

Wanneer de zon schijnt, verplaats ik me naar buiten. Dit was ooit de speelplaats van de school. Het is een prachtige plek met vervallen metalen luifels en een verdwaald kleurrijk kunstwerk. De perfecte plek om scènes na te lezen en aantekeningen te maken. Op het einde van de week neem ik afscheid van het beeldatelier. Voor even toch. Twee weken vakantie. Ik geef de planten extra water en hoop ze snel weer terug te zien.

Schrijfresidentie Wisper (week 1)

Ik trek de voordeur van ons huis dicht. Na meer dan een jaar schrijven in dit huis of in koffiebars, ‘ga’ ik vandaag werken. Ik fiets gezwind door de stad. Deze morgen heb ik boterhammetjes gesmeerd. Lekkere boterhammetjes, met kaas, tomaat en rucola. Want dat hoort nu eenmaal bij gaan werken. Na wat gesukkel met de sleutel, open ik de voordeur van de Bouwmeestersstraat. Nu volgt er gesukkel met mijn fiets die ik moeilijk het trapje voor de deur op krijg. Maar kijk, daar is de sympathieke Bent Van Looy, die de deur voor me open houdt.

Het eerste half uur loop ik wat verloren rond in het beeldatelier. Welke tafel zal ik kiezen? Waar vind ik koffie? Is er een stopcontact voor mijn laptop? Voor ik aan de daad van het schrijven kan beginnen, worstel ik telkens met uitstelgedrag. Thuis vertaalt zich dat in: ik zal nog even naar de bakker gaan, de planten lijken water nodig te hebben, ik kijk nog even naar mijn mails en meer van dat soort tijdverdrijf. Hier in het beeldatelier van WISPER wordt het: ik moet de nieuwe structuur van mijn roman op papier zetten. Een nieuw huis. Centraal in mijn boek staat immers een miniatuurhuis. Ik maak een eerste schets op papier. De lijntjes van het huis in pen, de titels van de hoofdstukken in potlood, want dat verandert wel eens doorheen het schrijven.

Ik neus wat rond in het materiaal in het beeldatelier en ontdek drukinkt. Het resultaat van de dag: een monoprint van het miniatuurhuis. Nu maar hopen dat dit beeldatelier me ook zal doen schrijven.

Mijn twee zoontjes zijn nieuwsgierig naar het atelier waar mama nu gaat schrijven. De volgende dag neem ik hen een voormiddagje mee. Eerst stellen ze veel vragen: ben jij hier helemaal alleen? Wie zit er in die andere kamers? Ik leg hun uit dat dit ooit een school was, maar dat het gebouw nu bevolkt wordt door allerlei kunstenaars. Dan gaan ze op verkenning in het atelier. Ze schilderen met een echte ‘kunstenaarsborstel’, maken een print, er wordt geknipt en geplakt. Ze besluiten dat kunstenaar zijn heel leuk is.

Plots vraagt mijn oudste zoon ‘Mogen kunstenaars alles doen wat ze willen?’ Ik slik even. Ik denk aan de vele gevluchte schrijvers die ik via mijn werk bij PEN Vlaanderen leerde kennen. Kunstenaars die niet mochten doen wat ze willen. ‘Soms, maar niet altijd,’ antwoord ik mijn zoontje. Hij knikt en werkt verder aan zijn collage. In de namiddag heb ik het atelier voor mij alleen. Ik installeer me aan een tafel bij het raam.

Schrijven, schrijven, schrijven. Heerlijk. Fijn om een plek te hebben om te ‘gaan’ werken.