Blog

Ongebreidelde lusten

In 1980 publiceerde Eddy Van Vliet een artikel over Roger Van de Veldes leven en werk. Daarin schrijft hij dat Van de Velde een hele reeks ‘half zachte pornoromanntjes’ schreef voor de Charming Reeks van Uitgeverij Cultus onder de pseudoniemen Jean Malaparte en Victor Venne.  Deze boekjes leken echter van de aardbodem verdwenen te zijn. Tweedehands kon ik ze nergens te vinden. Wie houdt zulke pulplectuur immers bij?

Toen ik in de Antwerpse Erfgoedbibliotheek op goed geluk ‘uitgeverij Cultus’ typte in de zoekrobot, verschenen tot mijn verbazing een hele reeks van de pornoromannetjes op het scherm. Ik bestelde ze allemaal. Een kwartiertje later kon ik ze afhalen aan de balie. De medewerker van de leeszaal gniffelde wanneer hij me de boekjes overhandigde en vertelde me dat de verantwoordelijke voor de collectievorming me graag wilde spreken. Even voelde ik me een dertienjarige meisje dat betrapt werd met erotische lectuur. ‘Het is niet voor mij, maar voor een onderzoek voor een biografie,’ wilde ik zeggen.

Even later stond de verantwoordelijk voor de collectievorming aan mijn tafel, hij was geen boeman die me op de vingers kwam tikken voor het lezen van onbetamelijke lectuur. In het kader van een tentoonstelling ‘Porno, pulp en literatuur’ kocht hij de cultus-boekjes recent aan en hij was nieuwsgierig waarom ik net nu die boekjes bestelde.

 ‘Liefde is geen koehandel’, ‘Ongebreidelde lusten’, ‘Methyl en mooie meisjes’ en ‘Advokate der liefde’, het is geen hoogstaande literatuur, maar amusante lectuur. Van de Veldes beschrijvingen van het vrouwelijk schoon zijn gekruid met humor: ‘Lang, slank en toch weelderig bemeubeld op de vitale punten van het koetswerk.’ Het gebeurt ook regelmatig dat vrouwen schaterlachen en dat daarbij de borsten ‘verraderlijk’ uit de beha komen piepen. Het is mij gelukkig nog nooit overkomen.

De tentoonstelling Porno, pulp & literatuur loopt van 6 december tot en met. 14 februari in de Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (open dinsdag tot zondag van 13u tot 17u). Het artikel van Gazet van Antwerpen leest u hier.

Bron: Citta, Gazet van Antwerpen, 16 november 2019

Expo Brand

Met de expo BRAND, een fototentoonstelling over verboden en verbrande boeken, brengt het Vermeylenfonds de strijd tegen censuur onder de aandacht. Tom Lanoye, Hind Fraihi, Elvis Peeters en vele andere schrijvers lieten zich fotograferen met een boek dat ooit gecensureerd of verboden werd en waarvan ze hopen dat het opnieuw gelezen wordt.

credits: JP Drubbels

Mijn keuze was snel gemaakt: Recht op Antwoord van Roger Van de Velde. Van de Velde bracht de laatste acht jaar van zijn leven grotendeels achter de tralies door omwille van het vervalsen van doktersbriefjes. Hij verbleef in schrijnende omstandigheden in onze gevangenissen: personeelsgebrek, middeleeuwse infrastructuur, honderden gevangenen samengeperst in één slaapzaal. Van de Velde klampte zich vast aan het schrijverschap. Zijn debuut Galgenaas liet hij buiten smokkelen in het wasgoed. De Belgische Overheid legde Van de Velde een publicatieverbod op: hij mocht niet beschikken over zijn schrijfmachine, hij mocht niet publiceren én zelfs wanneer hij vrij was, moest hij zijn geschriften eerst ter goedkeuring voorleggen aan de psychiatrische commissie. Van de Velde liet zich niet kelderen en bleef schrijven. In 1969 publiceerde hij het vlammend scherpe pamflet Recht op antwoord waarin hij de wantoestanden in de gevangenis en het falende interneringsbeleid aanklaagde.

Censuur is van alle tijden. Auteurs worden nog steeds vervolgd. 15 november organiseert PEN Vlaanderen Free the Word!, een avond over censuur en vrije meningsuiting met uitgesproken opinies en pakkende literatuur.

De brievenbus van Roger

Onlangs trok ik met Expeditie De Stad naar het Kiel voor de wandeling Braem op het Kiel. Een ervaren en onderhoudende gids vertelde ons over de geschiedenis van de wijk en de vooruitstrevende ideeën van Braem op vlak ruimte, licht en functionaliteit.

Na de Tweede Wereldoorlog kampte Antwerpen met een woningtekort. De stad vroeg architect Renaat Braem om een modern complex van sociale woningen te ontwerpen. Braem liet zich inspireren door zijn leermeester Le Corbusier en ontwierp negen woontorens die hij op poten of ‘pilotis’ zette.  De zo vrijgekomen ruimte onder de blokken zou een ontmoetingsplek worden.

Roger Van de Velde was een van de eerste bewoners van ‘de potenblokken’. Samen met Rosa en de kinderen woonde hij eerst in een van de blokken aan de Maurits Sabbelaan, later verhuisden ze naar een duplexappartement in de Aloïs de Laetstraat.

In het appartementsgebouw aan de Alois de Laetstraat 4, waar de familie Van de Velde woonde, werd een appartement bewaard in de originele stijl uit de jaren vijftig. De gids loodst ons rond in het piepkleine flatje, dat destijds als luxueus werd bestempeld. Er waren immers een badkamer en een ijskast.

Ik ontsnap even uit de groep om het appartement van Van de Velde te zoeken. De voordeur staat er nog steeds zoals hij ze ’s avonds na het werk opende.

Ook de brievenbussen in de inkomhal op het gelijkvloers werden door Braem ontworpen. Ze hebben een gaatje in het midden, zodat je meteen kan zien of er post voor je is. Ik zoek en vind de brievenbus van Roger.

Rosa & Roger Van de Velde, bron: Ons land, 1970

Nederland – België 1-0

Een week, twee archieven. Het Algemeen Rijksarchief in Brussel, het Regionaal Archief in Tilburg, een wereld van verschil.

In het Algemeen Rijksarchief ga ik op zoek naar de radioverhalen van Van de Velde. Het rijksarchief in de Ruisbroekstraat, vlakbij de Kunstberg is niet meteen een uitnodigende plek. Het is er donker, verouderd, met de typische muffe geur die bij archieven lijkt te horen. De medewerkers stralen weinig arbeidsvreugde uit, de sfeer is er geladen en ernstig. Ik heb de pech om er na de ophaalronde van elf uur te arriveren en moet dus twee uur wachten voor ik stukken kan opvragen. Wanneer ik dan de gevraagde stukken krijg, blijkt dat er slechts van één jaartal radioverhalen gearchiveerd werden. Natuurlijk net het jaar voor Van de Velde radioverhalen begon te schrijven. Wanneer ik vraag of er misschien toch nog ergens radioverhalen in het archief van de BRT te vinden zou zijn, krijg ik een droge verwijzing naar de online catalogus.

In Tilburg zoek ik naar de korte verhalen waarmee Roger Van de Velde tweemaal de Hilvarenbeekse Literatuurprijs won tijdens de Groot Kempische Cultuurdagen. Mijn verbazing is groot wanneer ik het archief binnen stap: een licht en ruim gebouw met twee bijzonder vriendelijke en hulpvaardige dames achter de balie, die me hartelijk welkom heten. De leeszaal is hier een gezellig ingerichte ruimte, met aangenaam zittende zetels. Er is zelfs een aparte ontspanningshoek waar je gratis koffie (ja, ook heerlijke cappuccino) kan drinken tussen de opzoekingswerken door. De grootste luxe die ik in België kon vinden, was zure koffie uit een betaalautomaat. Wanneer ik een van de medewerkers om extra documenten vraag, worden die meteen en met de glimlach opgevist uit het archief. Ze  maken tijd om te helpen en geven deskundig antwoord. Zo hoort dat dus.

Nederland – België. 1-0.

De ontspanningsruimte in het regionaal archief in Tilburg

Ik ben een schrijver

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis, Ahmet Altan

De Turkse schrijver en journalist Ahmet Altan werd op 18 februari 2018 tot levenslang veroordeeld voor betrokkenheid bij de mislukte coup in 2016. In de gevangenis schreef Altan het boek ‘Ik zal de wereld nooit meer zien’. Een prachtig boek dat me naar de keel greep. Een boek dat me dichter bracht bij Van de Velde.

Het boek van Altan is het relaas van een intelligente en fijnzinnige man over de kracht van schrijven en het vrije woord. Altan verwoordt helder en pertinent hoe het schrijven een houvast kan zijn in de gevangenis:

‘Schrijven draagt een magische tegenstrijdigheid in zich, je kunt je erin verschuilen terwijl je jezelf met je woorden ontvouwt voor de wereld. Het zorgt ervoor dat je vergeet, maar ook dat je wordt herinnerd.’

Het is alsof ik in Altans boek Van de Veldes stem hoor weerklinken. Er zijn bijzonder veel gelijkenissen tussen beide schrijvers. Beiden kiezen voluit voor literatuur: hun boeken zijn geen jammerklachten, maar pareltjes van helder proza . Altan en Van de Velde, misschien niet toevallig beiden ook journalist, proberen de vernederende omstandigheden waarmee ze geconfronteerd worden te overleven door te observeren en erover te schrijven. Beide heren slagen daar wonderwel in. Er zijn ook kleine overeenkomsten: scènes over de gevangeniskapper, het verlangen, de medegevangenen. Van de Velde schreef zichzelf met Recht op Antwoord uiteindelijk vrij. Ik wens Altan van harte hetzelfde toe.

De laatste zinnen van ‘Ik zal de wereld nooit meer zien’, behoren tot de mooiste die ik de afgelopen jaren las:

‘Ik schrijf in een gevangeniscel.

Maar ik ben niet in de gevangenis.

Ik ben een schrijver.

Ik ben noch waar ik ben noch waar ik niet ben.

Je kunt me gevangenzetten, maar je kunt me niet in de gevangenis houden.

Omdat ik, zoals alle schrijvers, over magie beschik. Ik loop met gemak door muren heen.’

 

Reclame maken doe je zo

De reclame-advertenties in De Nieuwe Gazet leiden me regelmatig af in mijn Van de Velde- zoektocht.

Rode pillen, witte pillen en bloedwijn. Voor elk pijntje is er een pil of poedertje. Voor de vrouwen om te bekomen van het huishoudelijke werk, voor de mannen om bij te tanken na een lange werkdag.

In de Albertina

De Nieuwe Gazet is een Antwerpse krant. Een logisch denkend iemand verwacht dat die krant bewaard wordt in de prachtige Erfgoedbibliotheek Conscience in Antwerpen. Helaas. Archieven volgen een eigen, vaak ondoorgrondelijke logica. In Antwerpen is er geen spoor van de oude edities van De Nieuwe Gazet. Daarom sla ik sinds enkele maanden mijn tenten op in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel.

De Koninklijke Bibliotheek huist in een bijzonder gebouw. Van buitenaf lijkt de bibliotheek een soort communistische kubus. De eerste dagen voelde ik me er ontheemd, maar ondertussen ben ik van deze robuuste en statige dame gaan houden. De Albertina, zo wordt de bibliotheek genoemd, een naam die haar prima past. Ondertussen heb ik er ook mijn vaste locker, met de naam van Van de Veldes leermeester.

Tot enkele weken geleden moest ik per ophaalronde (er zijn er drie per dag, op vaste uren), netjes in potlood een aanvraagformulier invullen met daarop de krantenedities die ik wenste in te kijken. Per aanvraag alles drie keer overschrijven. Ondertussen deed de digitalisering zijn intrede en lopen de aanvragen via een online catalogussysteem dat, zoals het een IT-systeem van een archief betaamt, via ondoorgrondelijke wegen werkt. Aanvragen worden naargelang de wind die staat, wel of niet aanvaard, wel of niet doorgegeven aan het magazijn, waarop het personeel dan toch maar weer de papieren invulformulieren bovenhaalt.

Soms zie ik een beetje scheel na uren kranten doorbladeren en mijn armspieren verzuren. Het zijn immers serieuze joekels, die ingebonden kranten. Maar als ik dan weer een heerlijk journalistiek pareltje van Roger opdelf dan smelt de verzuring als sneeuw voor de zon.

20181123_122141