Blog

Vrijheid van de geest

Vrijdag 22 februari lanceerde Akrostiş, het prachtige Nederlands-Turks tijdschrift voor literatuur en kunst, zijn themanummer rond censuur in de Antwerpse Nottebohmzaal. Voor dit nummer werkte Akrostiş samen met PEN Vlaanderen en PEN Turkije.

In het nummer: ‘Vrijheid van de Geest’, over Roger Van de Velde.

In de Albertina

De Nieuwe Gazet is een Antwerpse krant. Een logisch denkend iemand verwacht dat die krant bewaard wordt in de prachtige Erfgoedbibliotheek Conscience in Antwerpen. Helaas. Archieven volgen een eigen, vaak ondoorgrondelijke logica. In Antwerpen is er geen spoor van de oude edities van De Nieuwe Gazet. Daarom sla ik sinds enkele maanden mijn tenten op in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel.

De Koninklijke Bibliotheek huist in een bijzonder gebouw. Van buitenaf lijkt de bibliotheek een soort communistische kubus. De eerste dagen voelde ik me er ontheemd, maar ondertussen ben ik van deze robuuste en statige dame gaan houden. De Albertina, zo wordt de bibliotheek genoemd, een naam die haar prima past. Ondertussen heb ik er ook mijn vaste locker, met de naam van Van de Veldes leermeester.

Tot enkele weken geleden moest ik per ophaalronde (er zijn er drie per dag, op vaste uren), netjes in potlood een aanvraagformulier invullen met daarop de krantenedities die ik wenste in te kijken. Per aanvraag alles drie keer overschrijven. Ondertussen deed de digitalisering zijn intrede en lopen de aanvragen via een online catalogussysteem dat, zoals het een IT-systeem van een archief betaamt, via ondoorgrondelijke wegen werkt. Aanvragen worden naargelang de wind die staat, wel of niet aanvaard, wel of niet doorgegeven aan het magazijn, waarop het personeel dan toch maar weer de papieren invulformulieren bovenhaalt.

Soms zie ik een beetje scheel na uren kranten doorbladeren en mijn armspieren verzuren. Het zijn immers serieuze joekels, die ingebonden kranten. Maar als ik dan weer een heerlijk journalistiek pareltje van Roger opdelf dan smelt de verzuring als sneeuw voor de zon.

20181123_122141

Van de Velde in Turkije

Enkele weken ontmoette ik Gülcan Kahraman, de bevlogen hoofdredactrice van het Nederlands-Turkse tijdschrift Akrostiş. Toen ik haar vertelde over Roger Van de Velde, blonken er lichtjes in haar ogen. ‘Ik heb over hem geschreven, in het Turks.’ Wat later zat de Nederlandse versie van haar redactionele tekst voor het Waanzin-nummer van Akrostiş in mijn mailbox. Over Roger Van de Velde, zijn Turkse tegenhanger Sait Faik en natuurlijk ook over de fantastische kortfilm Knetterende Schedels van Kris Verdonck.

Oorspronkelijke titel ‘Yazmasam deli olacaktım’ / Vertaald uit het Turks door Hanneke van der Heijden

“ALS IK NIET SCHREEF WERD IK GEK” (SAIT FAIK)

22.10 uur, 10 september

Als ik terug rijd is het rustig, de autoweg is een gitzwarte leegte. Hoe verder ik rijd, hoe langer de weg wordt en hoe verder hij zich van me af beweegt, lijkt het. Ik ben nog steeds onder de indruk van de avond, doortrokken van het gevoel een niet opgemerkt inzicht te hebben opgemerkt, terug te komen van een plek waar niemand is geweest, een onberoerde plek beroerd te hebben. Schrijvers zitten ingeklemd tussen de wereld die ze dromen en de realiteit, voelen een diep verdriet over het onrecht dat ze meemaken, de dwingelandij en de repressie, en weten dat ze alleen naar hun pen kunnen grijpen om daar iets tegen te doen. Ik denk aan hoe ontijdig en onplaatselijk de mensen zijn die in verschillende tijden in verschillende landen en talen schrijven.

Daar moet ik in Akrostiş absoluut over schrijven…

Wat is waanzin?
Is het gekte? Is het iets wat niet normaal is, wat buiten het normale ligt? Een ziekte? Een vorm van een totaal niets? Is alles, zoals het heet, ‘pas duidelijk door zijn tegendeel’? Zijn wijsheid en waanzin zo tegengesteld aan elkaar? Bestaat er een relatie tussen creatieve genialiteit en waanzin?

En wat is de invloed van waanzin op theater, romans, schilderijen, beeldhouwwerk en al die andere schone kunsten? Kun je in absolute zin spreken van normaliteit, van wat verstandig is? Wie bepaalt trouwens wat normaal is? Als dat de samenleving is, heeft die dan geen behoefte aan waanzinnigen? Is het soms een soort spookachtig lot van kunstenaars en schrijvers om met een vorm van waanzin behept te zijn?

Beste lezer,

in deze aflevering van het tijdschrift Akrostiş, samengesteld door een nieuwe redactieraad, presenteren we u de mooiste teksten, gedichten, krankzinnigheden, verhalen en essays.

De bijdragen aan ons thema Literatuur en waanzin komen van schrijvers uit Turkije en België, die samen een groot aantal op waanzin gebaseerde boeken, romans, en romanpersonages bekijken. Daarmee zoeken ze de grenzen op van de waanzin en presenteren u teksten die kunst en literatuur met een portie waanzin besmetten.
We onderzoeken in deze aflevering of er een noodzakelijk verband is tussen kunst / literatuur en waanzin, en we stippen punten aan waar artistieke creatie en het beeld van waanzin samenkomen, waar ze elkaar snijden.

19.25 uur, 10 september

Verdomme, ik ben te laat! In een van de zijstraten vind ik met moeite een parkeerplaats, ik loop haastig in de richting van het gebouw, biddend dat Michiel me buiten het culturele centrum opwacht. Door de menigte op de stoep valt het oranje pand onmiddellijk op, voor de glazen deur zie ik Michiel naar me wenken. Hij staat met een paar mensen te praten. Heerlijk is het om in zo’n menigte een bekend gezicht te zien…

Naast Michiel staat Kris, een regisseur, en zijn vrouw, de kunstenares Katja Louisa Stonewood, is er ook, we begroeten elkaar en maken kennis. Katja heeft als regie-assistente en art director aan de film meegewerkt.

We praten over de film en het tijdschrift. “Kom dan gaan we naar binnen,” zegt Kris,“de film begint zo.”
We hebben de eer u een voorproefje te bieden uit een ongepubliceerde tekst van de wereldberoemde kunstenaar Jan Fabre – een primeur, want de tekst zal pas in de loop van 2018 worden uitgebracht.

De dierbare schrijfster en kunstenaar Nergiz Şahin werkt aan een project in samenwerking met kunsthuis Yellow Art. Onze redacteur Akim A.J. Willems verbleef een week als artist in residence in Kaos en beschrijft de ervaringen die hij daar opdeed. Yellow Art en Kaos organiseren kunstzinnige activiteiten met mensen die psychiatrische problemen hebben. In ons tijdschrift vindt u tekeningen en gedichten die in deze twee instellingen zijn gemaakt. Tuur Devens onderzoekt voor ons het begrip outsider kunst. Johan De Vos neemt het thema ‘waanzin in de literatuur’ onder de loep.

Eregast in dit nummer is Tezer Özlü…

Meltem Dağcı interviewt Elif Koç, die als psychologisch adviseur werkzaam is, over het boek Ik heb je nooit een rozentuin beloofd en het begrip waanzin. Peter Weyns analyseert het boek Schaaknovelle van Stefan Zweig. Onze schrijvers en kunstenaars bekijken het begrip waanzin in al zijn facetten en vanuit verschillende perspectieven.

19.05 uur, 10 september

Ik ga naar Merksplas voor een ontmoeting met onze redacteur Michiel Leen. Ik ben uitgenodigd voor de première van ‘Knetterende schedels’, een korte film van de Belgische regisseur Kris J.Y. Verdonck. De film gaat over het leven van Roger Van de Velde, een Belgische auteur die in de jaren zestig leefde. Vanwege zijn verslaving aan palfium zat de auteur jarenlang in gevangenissen en psychiatrische klinieken. Hij kreeg een publicatieverbod en iedere mogelijkheid om te schrijven werd hem afgenomen.

En dan zijn er nog dichters die gek van verliefdheid door de woestenij zwerven.

Zijn er eigenlijk dichters die niet aan de rand van de gekte zwerven? Naast onze vaste dichters als Mustafa Kör, Ömer Turan, Haydar Ergülen, k. Iskender hebben ook Menno Wigman, Şeref Bilsel, Max Greyson, Çiğdem Sezer en Astrid Haerens hun medewerking aan dit nummer verleend.

Menno Wigman, de dichter op ons omslag, schreef in een tijd dat hij in een psychiatrische kliniek verbleef het gedicht Godverdedomme. Het gedicht, waarin alle grammaticale regels met voeten worden getreden, is geïnspireerd op brieven die hij kreeg van een patiënt.

“Voorzichtig moet je lopen door de woorden heen”. Zo begint een woordgedicht voor de liefde van Şeref Bilsel. U zult voorzichtig door de tekst van onze dichter lopen en bezoedeld worden met woorden.

20.35 uur, 10 september

“Gefeliciteerd! Ik vond de film heel geslaagd en weet je, dat Roger Van de Velde ondanks alle verboden wilde schrijven en het dunne vloeipapier voor sigaretten dat hij zijn vrouw stiekem mee liet brengen wanneer ze hem in de gevangenis kwam bezoeken gebruikte om op te schrijven, dat doet me denken aan een Turkse schrijver. Misschien zou Van de Velde gek geworden zijn als hij niet schreef…

“Als ik niet schreef werd ik gek.”

Dat is een citaat van de Turkse korte verhalenschrijver Sait Faik.”

“Ja, Gülcan,” zegt Kris,“inderdaad. Dat is precies wat Roger Van de Velde ook zei.”

Schrijvers en dichters, die in hun binnenste en in hun mond woorden dragen, maken onze talen verwant en ons vertrouwd, bedenk ik me, en als we elkaar aankijken zien we in het stralen van onze ogen dat de Turkse en de Vlaamse literatuur elkaar op dat moment snijden, de ogen van de woorden raken onze ogen.

Een groet aan alle Don Quichots die geloven dat ze de wereld kunnen veranderen!

Hier is ons vijfde nummer…

Gülcan Kahraman
Hoofdredacteur

Van de Velde in Mexico

Helaas ben ik na mijn reis naar Kreta, niet op het vliegtuig naar Mexico gestapt om ook daar onderzoek te doen voor de biografie.

Roger Van de Velde zette nooit voet aan wal in Mexico, maar zijn teksten wel. De korte verhalen van Van de Velde worden er bijzonder gewaardeerd. Dit is de verdienste van Fons Lanslots. Deze man leidde net als ik aan een ongeneeslijke Van de Velde-obsessie. Hij schreef voor het Nationaal Biografisch Woordenboek een bijdrage over Van de Velde. En vooral, hij vertaalde Roger Van de Veldes korte verhalen naar het Spaans.

Fons was een grote liefhebber van Mexico, ging er vaak op reis en sprak de taal. Via zijn contacten in de literaire wereld aldaar, verschenen verschillende verhalen van Van de Velde in literaire bijlages van kranten en in literaire tijdschriften. Helaas overleed Fons Lanslots enige tijd geleden en zit de Mexicaanse fanclub dus al even op zijn honger.

Monsieur Delcourt y los gusanos, Una leccion de filosofia, Trompeta, het klinkt goed. De Mexicanen lijken ook te houden van psychedelische illustraties bij korte verhalen.

Mocht er een vertaler zich geroepen voelen, de Mexicaanse fans zullen u dankbaar zijn!

Van de Velde op Kreta

Soms kan een biografie schrijven bijzonder aangenaam zijn. Bijvoorbeeld wanneer de enige nog levende nazaat  van het sujet in kwestie op het zonovergoten Kreta woont.

Met een klein hartje vertrok ik naar Kreta. Vier dagen in een klein dorpje met een man die ik niet kende, om het over zijn overleden vader te hebben. Bovendien krijg ik soms een rothumeur wanneer ik te lang sociaal moet zijn.

Ik maakte me zorgen om niets. Max Van de Velde, de oudste zoon van Roger, bleek een ontzettend attente gastheer die me met open armen ontving. Hij nam me mee op sleeptouw naar enkele prachtige plekjes in Kreta: Zaros, Matala en Lentas. Op een terras met zicht op zee, in een klein dorpscafé, in de auto op hobbelige wegen, Max beantwoordde met engelengeduld mijn vele vragen. Naarmate de dagen vorderden, leken er bij hem meer herinneringen naar boven te komen.

De vier dagen vlogen voorbij. Ik vertrok naar huis met een rugzak vol verhalen én de stem van Roger Van de Velde op een cassettebandje uit de jaren 60.

Toen mijn vliegtuig opsteeg, moest ik denken aan wat Roger Van de Velde enkele maanden voor zijn dood als nieuwjaarswens schreef: ‘Liefst zou ik 20180919_170038.jpgin 1970 uitwijken naar een ver land, waar geen mens mij kent en waar verleden noch toekomst enig belang hebben in de zorgeloze beleving van elke zonovergoten dag.’ Zijn zoon maakte deze wens waar.

Roger-loze dagen

‘Wanneer hebben we eens een Roger-loze dag?’ zuchtte mijn man afgelopen week. Tja, waar het hart van vol is, loopt de mond van over. Sinds ik aan de biografie ben begonnen, neemt mijn Van de Velde-obsessie alleen maar toe. Haast elk gesprek gaat over Roger. ‘In de krant staat een artikel over interneringen nu, het gaat er niet veel beter aan toe als destijds toen Roger werd opgesloten.’ ‘Vandaag heb ik een verhaal gevonden van Roger dat nog niet gepubliceerd werd.’ ‘Ik zou echt graag iemand van Janssens Farmaceutica kunnen spreken over Palfium.’

Niet alleen mijn huisgenoten val ik lastig met mijn obsessie, ook andere mensen die ik ontmoet, moeten er aan geloven. Bij deze: mijn welgemeende excuses.

Toch leidt dat niet kunnen zwijgen over Van de Velde tot interessante ontdekkingen. Zo kom ik tot de ontdekking dat schilder Jan Vanriet ooit nog met Roger optrok en dat de psychiater die Roger gek verklaarde nog in leven is. En ontdekte ik dat een vriend als jonge gast een heuse Roger-bevlieging had. Hij liet zich zelfs in Roger-positie fotograferen. Ja, u ziet hem hier onderaan op de foto. (Dank je, Niels!)

Maar goed, ik ga mijn leven beteren en Roger-loze dagen inlassen.

received_10215790400824099

 

Waar is Wally in het liberaal archief

Roger Van de Velde’s echtgenote knipte de krantenartikels die haar man schreef voor de Nieuwe Gazet netjes uit en bewaarde ze in mappen. Deze mappen liggen nu in het Letterenhuis. Helaas knipte mevrouw Van de Velde netjes rond het artikel, waardoor de datum vaak verloren is gegaan. Soms schreef ze die met de hand bij het artikel, maar niet altijd.

Dus verhuis ik de komende maanden naar het Liberaal Archief in Gent. Daar worden de exemplaren van de Nieuwe Gazet bewaard, ingebonden in grote boeken. Het idee ‘ik pluis de jaargangen tussen 1947 en 1970 even uit’, werd de eerste dag al ‘oh jee, dit wordt een tijdrovend monnikenwerk.’

Veel artikels in De Nieuwe Gazet zijn niet ondertekend met de naam van de journalist. Fernand Papon, collega van Van de Velde, vertelde me dat een journalist destijds zijn artikels pas mocht ondertekenen met zijn naam of initialen wanneer hij zijn sporen verdiend had.  Zoeken naar een speld in een hooiberg dus. Soms meen ik Rogers schrijfstijl te herkennen, maar helaas zijn er nog tal van andere goede journalisten bij De Nieuwe Gazet wiens schrijfstijl met die van hem te vergelijken valt. Ik durf er dus mijn hand niet voor in het vuur steken welke artikels van hem zijn en welke van andere nobele onbekenden.

Het doorbladeren van de kranten gaat traag, ontzettend traag. Mijn ogen speuren elke bladzijde af, op zoek naar RVDV, PAN (Rogers pseudoniem), R Van de Velde of Roger Van de Velde. Ook scan ik de krantenkoppen in de hoop artikels uit de knipselmap te herkennen. Er is er immers eentje dat ik echt heel graag zou lezen, gewoon om te weten of het werkelijk bestaat. Zodra ik het vind, meer daarover. Maar eerst verder speuren.

20180530_102150[1]
Mijn route van het station tot aan het archief loopt door het mooie Citadelpark.