Blog

Op de valreep

Na lang schrappen en schaven belandde het manuscript van mijn biografie over Roger Van de Velde dan eindelijk in de eindredactie-fase. Maar dat was buiten Jan Lampo gerekend. Vorig weekend liet hij me weten dat hij nog een collectie knipsels en brieven vond in het archief van zijn vader Hubert Lampo. Met een klein hartje trok ik naar het Letterenhuis om het materiaal in te kijken. Wat als Van de Velde in die brieven aan zijn goede vriend zaken toevertrouwde die ik nog niet wist? 

Jan Lampo had boeiend materiaal opgedolven: onder andere een briefwisseling tussen Hubert Lampo en de firma Janssens – die het middel Palfium waaraan Van de Velde verslaafd raakte op de markt bracht- en een mij nog onbekende brief van psychiater De Bandt. Niets dat mijn biografie op losse schroeven zet, wel materiaal dat een plekje in het boek verdient. Dus daar gaan we weer, in volle vaart naar de publicatiedatum 16 november.

30 mei 2020

Mijn beste Roger,

Precies vijftig jaar geleden overleed je op het terras van Brasserie André in de Statiestraat. Je dood was voorpaginanieuws in verschillende kranten. ‘De kleine wereld van de Vlaamse Letteren is beduidend armer geworden met dit heengaan,’ schreef de Gazet van Antwerpen.

Enkele dagen later, op woensdag 3 juni 1970 werd je begraven.  Talrijke schrijvers, journalisten en prominenten waren erbij op het Schoonselhof. Karel Jonckheere, Hubert Lampo, Eugene van Itterbeek, Marc Andries, Hugues C. Pernath, Walter van den Broeck, Eddy van Vliet, Angèle Manteau, Jos Vandeloo, Frans Strieleman en Frans Grootjans, ze legden allen een takje bloeiende brem op je graf.

Vandaag ligt jouw boek De knetterende schedels opnieuw in de boekhandel. Een boek dat een generatie nieuwe lezers verdient. Ondertussen ‘politoer’ ik verder aan jouw biografie, die dit najaar zal verschijnen. Maar vandaag niet. Vandaag sta ik aan jouw graf met een takje bloeiende brem.

Con amore,

Ellen

Deus Ex Machina over Roger Van de Velde

Deze week pakt het literaire tijdschrift Deus Ex Machina uit met een auteursnummer over Roger Van de Velde. Een prachtig nummer, vol origineel werk van de Van de Velde, teksten van Jan Lampo, Kris J.Y. Verdonck, Jan Daems en Jan Bettens over Van de Velde en een voorpublicatie uit de biografie die eind dit jaar verschijnt.

Wanneer u een abonnement neemt op Deus Ex Machina, krijgt u er de heruitgave van De knetterende schedels (Uitgeverij Vrijdag, 2020), gratis bij. Meer informatie vindt u hier.

De subsidieslurf in 1951

In 1951 opperde de Nederlandse minister Van Riel dat er te veel geld werd weggesmeten aan subsidies voor kunstenaars, terwijl dit geld veel beter gebruikt zou kunnen worden voor belangrijkere aangelegenheden. Straaljagers bijvoorbeeld. Ja, ook in 1951 meende men dat kunstenaars zich maar eens moesten los maken van de subsidieslurf.

Roger Van de Velde publiceert op 15 maart 1951 zijn visie in De Nieuwe Gazet in een artikel met als titel Liever bommen dan poëzie. Een fragment:

‘Waarom enerszijds bezuiniging en muggenzifterij op het zuurgewonnen loon van de kleine man en anderszijds een overvloed aan geschenken aan een ‘overbodige luxe’ als de kunst – en dan vooral de Kunst met een hoofdletter –  die tenslotte toch maar de ‘happy few’ gewaardeerd wordt? Waar zit hier de verhouding, redeneert de man in de straat, samen met mijnheer Van Riel. De verhouding zit hem natuurlijk in het standpunt of men de kunst – met en zonder hoofdletter – al dan niet als een ‘overbodige luxe’ beschouwt. In het bevestigend geval heeft de discussie geen zin meer en kunnen wij goedschiks terugkeren naar het stenen tijdperk.’

Minister Van Riel wil net als Peter de Roover ‘echte’ kunst, kunst die schoonheid nastreeft. Hij pleit om enkel nog de ‘echte’ kunst te subsidiëren.

‘Het is hier de plaats niet om een debat te beginnen over de waardeverhoudingen in de kunst, maar toch zouden wij van mijnheer Van Riel graag vernemen, welke maatstaven hij gebruikt om de ‘echte’ van de ‘valse’ kunst te onderscheiden. Het procedé zal na eeuwen discussie en polemieken ongetwijfeld met enthousiasme begroet worden! […] Laat ons nu even veronderstellen dat er aan de hand van zekere conventionele en uiteraard zeer persoonlijke maatstaven toch een onderscheid gemaakt zou kunnen worden tussen ‘echte’ en ‘valse’ kunst, tussen de kunst die wel en deze die niet in aanmerking komt voor financiële steun, hoe spoedig zou het vrij initiatief dan niet geprangd worden in het keurslijf van eng dirigisme, naar het weinig stichtelijke voorbeeld van de zogenaamde ‘geleide kunst’ der heren Hitler en Stalin? Hoe gemakkelijk zouden zelfs de begaafde elementen zich dan niet laten verleiden tot het frabikeren van bestellingen waarvan de betaling op voorhand zou gewaarborgd zijn en wat zou er dan nog overblijven van de artistieke vrijheid, die in de werkelijk ‘echte’ kunst altijd en terecht als een onaantastbaar beginsel heeft gegolden? […] Wat mijnheer Van Riel betoogt is echter niets minder dan een onderwerping van de geest aan het stof, het is de overwinning van het lichaam op de ziel en een onvoorwaardelijke terugkeer naar de tijd toen de mens genoeg had aan een knots om alles uit de weg te ruimen wat zijn primitiefste instinct bedreigde: zelfbehoud.’

De slotzinnen van Rogers artikel zijn nog steeds actueel:

‘Als het waar is, dat twintig eeuwen beschaving ons zo ver gebracht hebben; als het waar is dat de vrijheid waarvan de kunst toch de edelste uitdrukking is, moet geofferd worden aan het geweld, dan is het niet eens meer nodig dat er nog straaljagers gemaakt worden. Dan kunnen wij deze aardbol met al zijn machines en robotten liefst met duizend atoombommen laten ontploffen, want dan heeft het leven voor geen seconde betekenis meer.’

Met Van de Velde en Van Vliet in Watou

Afgelopen week mocht ik resideren in het ‘Huis van de Dichter’ in Watou, de voormalige woonst van dichter Gwy Mandelinck, de oprichter van het Poëziefestival in Watou.

In het Huis van de Dichter staat de tijd stil. Op de schouw tel ik maar liefst negen klokjes, geen van hen vindt het nodig om de juiste tijd aan te geven. Ze zijn mooi genoeg om gewoon te zijn. Terwijl het buiten hevig stormt, schrijf ik uren door. Tussen twee buien ga ik op verkenning in het grensland, verschillende keren steek ik la frontière Belge over.

Vlak naast het Huis van de Dichter staat het grafmonument van dichter Eddy Van Vliet. Van Vliet was niet alleen Roger Van de Velde’s advocaat, de twee waren ook goede vrienden. Na een lange dag schrijven, wacht me ’s avonds de beloning om voor het slapen gaan enkele gedichten uit het Verzamelde Werk van Van Vliet te lezen. Prachtige gedichten.

DOOD

Dood. Heb geen angst. Talm niet voor mijn deur. Kom binnen. Lees mijn boeken. In negen van de tien kom je voor. Je bent geen onbekende.

Hou mij niet voor de gek met kwalen waarvan niemand de namen durft te noemen. Leg mij niet in een bed tussen kwijlende kinderen die van ouderdom niet weten wat ze zeggen.

Klop mij geen geld uit de zak voor nutteloze uren in chique klinieken.

Veeg je voeten en wees welkom.

Eddy Van Vliet

Ongebreidelde lusten

In 1980 publiceerde Eddy Van Vliet een artikel over Roger Van de Veldes leven en werk. Daarin schrijft hij dat Van de Velde een hele reeks ‘half zachte pornoromannetjes’ schreef voor de Charming Reeks van Uitgeverij Cultus onder de pseudoniemen Jean Malaparte en Victor Venne.  Deze boekjes leken echter van de aardbodem verdwenen te zijn. Tweedehands kon ik ze nergens vinden. Wie houdt zulke pulplectuur immers bij?

Toen ik in de Antwerpse Erfgoedbibliotheek op goed geluk ‘uitgeverij Cultus’ typte in de zoekrobot, verschenen tot mijn verbazing een hele reeks van de pornoromannetjes op het scherm. Ik bestelde ze allemaal. Een kwartiertje later kon ik ze afhalen aan de balie. De medewerker van de leeszaal gniffelde wanneer hij me de boekjes overhandigde en vertelde me dat de verantwoordelijke voor de collectievorming me graag wilde spreken. Even voelde ik me een dertienjarige meisje dat betrapt werd met erotische lectuur. ‘Het is niet voor mij, maar voor een onderzoek voor een biografie,’ wilde ik zeggen.

Even later stond de verantwoordelijke voor de collectievorming aan mijn tafel, hij was geen boeman die me op de vingers kwam tikken voor het lezen van onbetamelijke lectuur. In het kader van een tentoonstelling ‘Porno, pulp en literatuur’ kocht hij de Cultus-boekjes recent aan en hij was nieuwsgierig waarom ik net nu die boekjes bestelde.

 ‘Liefde is geen koehandel’, ‘Ongebreidelde lusten’, ‘Methyl en mooie meisjes’ en ‘Advokate der liefde’, het is geen hoogstaande literatuur, maar amusante lectuur. Van de Veldes beschrijvingen van het vrouwelijk schoon zijn gekruid met humor: ‘Lang, slank en toch weelderig bemeubeld op de vitale punten van het koetswerk.’ Het gebeurt ook regelmatig dat vrouwen schaterlachen en dat daarbij de borsten ‘verraderlijk’ uit de beha komen piepen. Het is mij gelukkig nog nooit overkomen.

De tentoonstelling Porno, pulp & literatuur loopt van 6 december tot en met 14 februari in de Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (open dinsdag tot zondag van 13u tot 17u). Het artikel van Gazet van Antwerpen leest u hier.

Bron: Citta, Gazet van Antwerpen, 16 november 2019

Expo Brand

Met de expo BRAND, een fototentoonstelling over verboden en verbrande boeken, brengt het Vermeylenfonds de strijd tegen censuur onder de aandacht. Tom Lanoye, Hind Fraihi, Elvis Peeters en vele andere schrijvers lieten zich fotograferen met een boek dat ooit gecensureerd of verboden werd en waarvan ze hopen dat het opnieuw gelezen wordt.

credits: JP Drubbels

Mijn keuze was snel gemaakt: Recht op Antwoord van Roger Van de Velde. Van de Velde bracht de laatste acht jaar van zijn leven grotendeels achter de tralies door omwille van het vervalsen van doktersbriefjes. Hij verbleef in schrijnende omstandigheden in onze gevangenissen: personeelsgebrek, middeleeuwse infrastructuur, honderden gevangenen samengeperst in één slaapzaal. Van de Velde klampte zich vast aan het schrijverschap. Zijn debuut Galgenaas liet hij buiten smokkelen in het wasgoed. De Belgische Overheid legde Van de Velde een publicatieverbod op: hij mocht niet beschikken over zijn schrijfmachine, hij mocht niet publiceren én zelfs wanneer hij vrij was, moest hij zijn geschriften eerst ter goedkeuring voorleggen aan de psychiatrische commissie. Van de Velde liet zich niet kelderen en bleef schrijven. In 1969 publiceerde hij het vlammend scherpe pamflet Recht op antwoord waarin hij de wantoestanden in de gevangenis en het falende interneringsbeleid aanklaagde.

Censuur is van alle tijden. Auteurs worden nog steeds vervolgd. 15 november organiseert PEN Vlaanderen Free the Word!, een avond over censuur en vrije meningsuiting met uitgesproken opinies en pakkende literatuur.

De brievenbus van Roger

Onlangs trok ik met Expeditie De Stad naar het Kiel voor de wandeling Braem op het Kiel. Een ervaren en onderhoudende gids vertelde ons over de geschiedenis van de wijk en de vooruitstrevende ideeën van Braem op vlak ruimte, licht en functionaliteit.

Na de Tweede Wereldoorlog kampte Antwerpen met een woningtekort. De stad vroeg architect Renaat Braem om een modern complex van sociale woningen te ontwerpen. Braem liet zich inspireren door zijn leermeester Le Corbusier en ontwierp negen woontorens die hij op poten of ‘pilotis’ zette.  De zo vrijgekomen ruimte onder de blokken zou een ontmoetingsplek worden.

Roger Van de Velde was een van de eerste bewoners van ‘de potenblokken’. Samen met Rosa en de kinderen woonde hij eerst in een van de blokken aan de Maurits Sabbelaan, later verhuisden ze naar een duplexappartement in de Aloïs de Laetstraat.

In het appartementsgebouw aan de Alois de Laetstraat 4, waar de familie Van de Velde woonde, werd een appartement bewaard in de originele stijl uit de jaren vijftig. De gids loodst ons rond in het piepkleine flatje, dat destijds als luxueus werd bestempeld. Er waren immers een badkamer en een ijskast.

Ik ontsnap even uit de groep om het appartement van Van de Velde te zoeken. De voordeur staat er nog steeds zoals hij ze ’s avonds na het werk opende.

Ook de brievenbussen in de inkomhal op het gelijkvloers werden door Braem ontworpen. Ze hebben een gaatje in het midden, zodat je meteen kan zien of er post voor je is. Ik zoek en vind de brievenbus van Roger.

Rosa & Roger Van de Velde, bron: Ons land, 1970