Ik ben een schrijver

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis, Ahmet Altan

De Turkse schrijver en journalist Ahmet Altan werd op 18 februari 2018 tot levenslang veroordeeld voor betrokkenheid bij de mislukte coup in 2016. In de gevangenis schreef Altan het boek ‘Ik zal de wereld nooit meer zien’. Een prachtig boek dat me naar de keel greep. Een boek dat me dichter bracht bij Van de Velde.

Het boek van Altan is het relaas van een intelligente en fijnzinnige man over de kracht van schrijven en het vrije woord. Altan verwoordt helder en pertinent hoe het schrijven een houvast kan zijn in de gevangenis:

‘Schrijven draagt een magische tegenstrijdigheid in zich, je kunt je erin verschuilen terwijl je jezelf met je woorden ontvouwt voor de wereld. Het zorgt ervoor dat je vergeet, maar ook dat je wordt herinnerd.’

Het is alsof ik in Altans boek Van de Veldes stem hoor weerklinken. Er zijn bijzonder veel gelijkenissen tussen beide schrijvers. Beiden kiezen voluit voor literatuur: hun boeken zijn geen jammerklachten, maar pareltjes van helder proza . Altan en Van de Velde, misschien niet toevallig beiden ook journalist, proberen de vernederende omstandigheden waarmee ze geconfronteerd worden te overleven door te observeren en erover te schrijven. Beide heren slagen daar wonderwel in. Er zijn ook kleine overeenkomsten: scènes over de gevangeniskapper, het verlangen, de medegevangenen. Van de Velde schreef zichzelf met Recht op Antwoord uiteindelijk vrij. Ik wens Altan van harte hetzelfde toe.

De laatste zinnen van ‘Ik zal de wereld nooit meer zien’, behoren tot de mooiste die ik de afgelopen jaren las:

‘Ik schrijf in een gevangeniscel.

Maar ik ben niet in de gevangenis.

Ik ben een schrijver.

Ik ben noch waar ik ben noch waar ik niet ben.

Je kunt me gevangenzetten, maar je kunt me niet in de gevangenis houden.

Omdat ik, zoals alle schrijvers, over magie beschik. Ik loop met gemak door muren heen.’

 

Reclame maken doe je zo

De reclame-advertenties in De Nieuwe Gazet leiden me regelmatig af in mijn Van de Velde- zoektocht.

Rode pillen, witte pillen en bloedwijn. Voor elk pijntje is er een pil of poedertje. Voor de vrouwen om te bekomen van het huishoudelijke werk, voor de mannen om bij te tanken na een lange werkdag.

In de Albertina

De Nieuwe Gazet is een Antwerpse krant. Een logisch denkend iemand verwacht dat die krant bewaard wordt in de prachtige Erfgoedbibliotheek Conscience in Antwerpen. Helaas. Archieven volgen een eigen, vaak ondoorgrondelijke logica. In Antwerpen is er geen spoor van de oude edities van De Nieuwe Gazet. Daarom sla ik sinds enkele maanden mijn tenten op in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel.

De Koninklijke Bibliotheek huist in een bijzonder gebouw. Van buitenaf lijkt de bibliotheek een soort communistische kubus. De eerste dagen voelde ik me er ontheemd, maar ondertussen ben ik van deze robuuste en statige dame gaan houden. De Albertina, zo wordt de bibliotheek genoemd, een naam die haar prima past. Ondertussen heb ik er ook mijn vaste locker, met de naam van Van de Veldes leermeester.

Tot enkele weken geleden moest ik per ophaalronde (er zijn er drie per dag, op vaste uren), netjes in potlood een aanvraagformulier invullen met daarop de krantenedities die ik wenste in te kijken. Per aanvraag alles drie keer overschrijven. Ondertussen deed de digitalisering zijn intrede en lopen de aanvragen via een online catalogussysteem dat, zoals het een IT-systeem van een archief betaamt, via ondoorgrondelijke wegen werkt. Aanvragen worden naargelang de wind die staat, wel of niet aanvaard, wel of niet doorgegeven aan het magazijn, waarop het personeel dan toch maar weer de papieren invulformulieren bovenhaalt.

Soms zie ik een beetje scheel na uren kranten doorbladeren en mijn armspieren verzuren. Het zijn immers serieuze joekels, die ingebonden kranten. Maar als ik dan weer een heerlijk journalistiek pareltje van Roger opdelf dan smelt de verzuring als sneeuw voor de zon.

20181123_122141

Oproep in Het Laatste Nieuws en Gazet van Antwerpen

Met hulp van de leden van de Geschiedkundige Studiegroep Ten Boome werd een oproep tot informatie over Roger Van de Velde gelanceerd in Het Laatste Nieuws en de Gazet van Antwerpen.

Het Laatste Nieuws, 10 januari 2019

Biografie over schrijver Roger Van de Velde op komst

Roger Van de Velde.
 R. Dijckmans Roger Van de Velde.
 Het leven van de in 1970 overleden Boomse schrijver en journalist Roger Van de Velde wordt vereeuwigd in een biografie. Biografe Ellen Van Pelt hoopt op de hulp van de Bomenaars om zoveel mogelijk informatie over de man te kunnen verzamelen.

Roger Van de Velde is een van de talloze schrijvers in ons taalgebied die bij het grote publiek in de vergetelheid zijn geraakt. Maar zijn oeuvre blijft een geheimtip die schrijvers aan elkaar doorgeven. Dimitri Verhulst noemt hem als zijn favoriete schrijver, Erik Vlaminck wijdde een theaterstuk aan Van de Velde en filmmaker Kris Verdonck maakte een kortfilm geïnspireerd op Van de Veldes verhalenbundel ‘Knetterende Schedels’. Nu wil de Antwerpse schrijfster Ellen Van Pelt tegen 2020, vijftig jaar na zijn overleden, het levensverhaal van Van de Velde optekenen. Ze doet alvast een oproep om zoveel mogelijke informatie over de man te kunnen verzamelen.

Roger Van de Velde werd geboren op 13 februari 1925 te Boom. Hij was de zoon van Jan Frans Van de Velde en Maria Callaert. Zijn vader had samen met zijn broers een jeneverstokerij, De Condor in de Tuyaertsstraat. Na de dood van zijn vader hertrouwde zijn moeder met Louis Eyckmans. Het lager onderwijs volgde Van de Velde in de Broederschool in Boom tussen 1932 en 1939. Hij was een sportieve jongen: hij was lid van de Boomse zwemclub en speelde voetbal. In 1946 huwde Van de Velde met Roza Verboven, ook zij is in Boom geboren. “Ik ben op zoek naar mensen die meer informatie hebben over Roger Van de Velde, die iets meer kunnen vertellen over jeneverstokerij De Condor of misschien nog Maria Callaert, Louis Eyckmans, Roza Verboven of Roger Van de Velde zelf hebben gekend”, aldus Van Pelt.

Gazet van Antwerpen, 14 januari 2019

gva

Van de Velde in Turkije

Enkele weken ontmoette ik Gülcan Kahraman, de bevlogen hoofdredactrice van het Nederlands-Turkse tijdschrift Akrostiş. Toen ik haar vertelde over Roger Van de Velde, blonken er lichtjes in haar ogen. ‘Ik heb over hem geschreven, in het Turks.’ Wat later zat de Nederlandse versie van haar redactionele tekst voor het Waanzin-nummer van Akrostiş in mijn mailbox. Over Roger Van de Velde, zijn Turkse tegenhanger Sait Faik en natuurlijk ook over de fantastische kortfilm Knetterende Schedels van Kris Verdonck.

Oorspronkelijke titel ‘Yazmasam deli olacaktım’ / Vertaald uit het Turks door Hanneke van der Heijden

“ALS IK NIET SCHREEF WERD IK GEK” (SAIT FAIK)

22.10 uur, 10 september

Als ik terug rijd is het rustig, de autoweg is een gitzwarte leegte. Hoe verder ik rijd, hoe langer de weg wordt en hoe verder hij zich van me af beweegt, lijkt het. Ik ben nog steeds onder de indruk van de avond, doortrokken van het gevoel een niet opgemerkt inzicht te hebben opgemerkt, terug te komen van een plek waar niemand is geweest, een onberoerde plek beroerd te hebben. Schrijvers zitten ingeklemd tussen de wereld die ze dromen en de realiteit, voelen een diep verdriet over het onrecht dat ze meemaken, de dwingelandij en de repressie, en weten dat ze alleen naar hun pen kunnen grijpen om daar iets tegen te doen. Ik denk aan hoe ontijdig en onplaatselijk de mensen zijn die in verschillende tijden in verschillende landen en talen schrijven.

Daar moet ik in Akrostiş absoluut over schrijven…

Wat is waanzin?
Is het gekte? Is het iets wat niet normaal is, wat buiten het normale ligt? Een ziekte? Een vorm van een totaal niets? Is alles, zoals het heet, ‘pas duidelijk door zijn tegendeel’? Zijn wijsheid en waanzin zo tegengesteld aan elkaar? Bestaat er een relatie tussen creatieve genialiteit en waanzin?

En wat is de invloed van waanzin op theater, romans, schilderijen, beeldhouwwerk en al die andere schone kunsten? Kun je in absolute zin spreken van normaliteit, van wat verstandig is? Wie bepaalt trouwens wat normaal is? Als dat de samenleving is, heeft die dan geen behoefte aan waanzinnigen? Is het soms een soort spookachtig lot van kunstenaars en schrijvers om met een vorm van waanzin behept te zijn?

Beste lezer,

in deze aflevering van het tijdschrift Akrostiş, samengesteld door een nieuwe redactieraad, presenteren we u de mooiste teksten, gedichten, krankzinnigheden, verhalen en essays.

De bijdragen aan ons thema Literatuur en waanzin komen van schrijvers uit Turkije en België, die samen een groot aantal op waanzin gebaseerde boeken, romans, en romanpersonages bekijken. Daarmee zoeken ze de grenzen op van de waanzin en presenteren u teksten die kunst en literatuur met een portie waanzin besmetten.
We onderzoeken in deze aflevering of er een noodzakelijk verband is tussen kunst / literatuur en waanzin, en we stippen punten aan waar artistieke creatie en het beeld van waanzin samenkomen, waar ze elkaar snijden.

19.25 uur, 10 september

Verdomme, ik ben te laat! In een van de zijstraten vind ik met moeite een parkeerplaats, ik loop haastig in de richting van het gebouw, biddend dat Michiel me buiten het culturele centrum opwacht. Door de menigte op de stoep valt het oranje pand onmiddellijk op, voor de glazen deur zie ik Michiel naar me wenken. Hij staat met een paar mensen te praten. Heerlijk is het om in zo’n menigte een bekend gezicht te zien…

Naast Michiel staat Kris, een regisseur, en zijn vrouw, de kunstenares Katja Louisa Stonewood, is er ook, we begroeten elkaar en maken kennis. Katja heeft als regie-assistente en art director aan de film meegewerkt.

We praten over de film en het tijdschrift. “Kom dan gaan we naar binnen,” zegt Kris,“de film begint zo.”
We hebben de eer u een voorproefje te bieden uit een ongepubliceerde tekst van de wereldberoemde kunstenaar Jan Fabre – een primeur, want de tekst zal pas in de loop van 2018 worden uitgebracht.

De dierbare schrijfster en kunstenaar Nergiz Şahin werkt aan een project in samenwerking met kunsthuis Yellow Art. Onze redacteur Akim A.J. Willems verbleef een week als artist in residence in Kaos en beschrijft de ervaringen die hij daar opdeed. Yellow Art en Kaos organiseren kunstzinnige activiteiten met mensen die psychiatrische problemen hebben. In ons tijdschrift vindt u tekeningen en gedichten die in deze twee instellingen zijn gemaakt. Tuur Devens onderzoekt voor ons het begrip outsider kunst. Johan De Vos neemt het thema ‘waanzin in de literatuur’ onder de loep.

Eregast in dit nummer is Tezer Özlü…

Meltem Dağcı interviewt Elif Koç, die als psychologisch adviseur werkzaam is, over het boek Ik heb je nooit een rozentuin beloofd en het begrip waanzin. Peter Weyns analyseert het boek Schaaknovelle van Stefan Zweig. Onze schrijvers en kunstenaars bekijken het begrip waanzin in al zijn facetten en vanuit verschillende perspectieven.

19.05 uur, 10 september

Ik ga naar Merksplas voor een ontmoeting met onze redacteur Michiel Leen. Ik ben uitgenodigd voor de première van ‘Knetterende schedels’, een korte film van de Belgische regisseur Kris J.Y. Verdonck. De film gaat over het leven van Roger Van de Velde, een Belgische auteur die in de jaren zestig leefde. Vanwege zijn verslaving aan palfium zat de auteur jarenlang in gevangenissen en psychiatrische klinieken. Hij kreeg een publicatieverbod en iedere mogelijkheid om te schrijven werd hem afgenomen.

En dan zijn er nog dichters die gek van verliefdheid door de woestenij zwerven.

Zijn er eigenlijk dichters die niet aan de rand van de gekte zwerven? Naast onze vaste dichters als Mustafa Kör, Ömer Turan, Haydar Ergülen, k. Iskender hebben ook Menno Wigman, Şeref Bilsel, Max Greyson, Çiğdem Sezer en Astrid Haerens hun medewerking aan dit nummer verleend.

Menno Wigman, de dichter op ons omslag, schreef in een tijd dat hij in een psychiatrische kliniek verbleef het gedicht Godverdedomme. Het gedicht, waarin alle grammaticale regels met voeten worden getreden, is geïnspireerd op brieven die hij kreeg van een patiënt.

“Voorzichtig moet je lopen door de woorden heen”. Zo begint een woordgedicht voor de liefde van Şeref Bilsel. U zult voorzichtig door de tekst van onze dichter lopen en bezoedeld worden met woorden.

20.35 uur, 10 september

“Gefeliciteerd! Ik vond de film heel geslaagd en weet je, dat Roger Van de Velde ondanks alle verboden wilde schrijven en het dunne vloeipapier voor sigaretten dat hij zijn vrouw stiekem mee liet brengen wanneer ze hem in de gevangenis kwam bezoeken gebruikte om op te schrijven, dat doet me denken aan een Turkse schrijver. Misschien zou Van de Velde gek geworden zijn als hij niet schreef…

“Als ik niet schreef werd ik gek.”

Dat is een citaat van de Turkse korte verhalenschrijver Sait Faik.”

“Ja, Gülcan,” zegt Kris,“inderdaad. Dat is precies wat Roger Van de Velde ook zei.”

Schrijvers en dichters, die in hun binnenste en in hun mond woorden dragen, maken onze talen verwant en ons vertrouwd, bedenk ik me, en als we elkaar aankijken zien we in het stralen van onze ogen dat de Turkse en de Vlaamse literatuur elkaar op dat moment snijden, de ogen van de woorden raken onze ogen.

Een groet aan alle Don Quichots die geloven dat ze de wereld kunnen veranderen!

Hier is ons vijfde nummer…

Gülcan Kahraman
Hoofdredacteur

Van de Velde in Mexico

Helaas ben ik na mijn reis naar Kreta, niet op het vliegtuig naar Mexico gestapt om ook daar onderzoek te doen voor de biografie.

Roger Van de Velde zette nooit voet aan wal in Mexico, maar zijn teksten wel. De korte verhalen van Van de Velde worden er bijzonder gewaardeerd. Dit is de verdienste van Fons Lanslots. Deze man leidde net als ik aan een ongeneeslijke Van de Velde-obsessie. Hij schreef voor het Nationaal Biografisch Woordenboek een bijdrage over Van de Velde. En vooral, hij vertaalde Roger Van de Veldes korte verhalen naar het Spaans.

Fons was een grote liefhebber van Mexico, ging er vaak op reis en sprak de taal. Via zijn contacten in de literaire wereld aldaar, verschenen verschillende verhalen van Van de Velde in literaire bijlages van kranten en in literaire tijdschriften. Helaas overleed Fons Lanslots enige tijd geleden en zit de Mexicaanse fanclub dus al even op zijn honger.

Monsieur Delcourt y los gusanos, Una leccion de filosofia, Trompeta, het klinkt goed. De Mexicanen lijken ook te houden van psychedelische illustraties bij korte verhalen.

Mocht er een vertaler zich geroepen voelen, de Mexicaanse fans zullen u dankbaar zijn!

Van de Velde op Kreta

Soms kan een biografie schrijven bijzonder aangenaam zijn. Bijvoorbeeld wanneer de enige nog levende nazaat  van het sujet in kwestie op het zonovergoten Kreta woont.

Met een klein hartje vertrok ik naar Kreta. Vier dagen in een klein dorpje met een man die ik niet kende, om het over zijn overleden vader te hebben. Bovendien krijg ik soms een rothumeur wanneer ik te lang sociaal moet zijn.

Ik maakte me zorgen om niets. Max Van de Velde, de oudste zoon van Roger, bleek een ontzettend attente gastheer die me met open armen ontving. Hij nam me mee op sleeptouw naar enkele prachtige plekjes in Kreta: Zaros, Matala en Lentas. Op een terras met zicht op zee, in een klein dorpscafé, in de auto op hobbelige wegen, Max beantwoordde met engelengeduld mijn vele vragen. Naarmate de dagen vorderden, leken er bij hem meer herinneringen naar boven te komen.

De vier dagen vlogen voorbij. Ik vertrok naar huis met een rugzak vol verhalen én de stem van Roger Van de Velde op een cassettebandje uit de jaren 60.

Toen mijn vliegtuig opsteeg, moest ik denken aan wat Roger Van de Velde enkele maanden voor zijn dood als nieuwjaarswens schreef: ‘Liefst zou ik 20180919_170038.jpgin 1970 uitwijken naar een ver land, waar geen mens mij kent en waar verleden noch toekomst enig belang hebben in de zorgeloze beleving van elke zonovergoten dag.’ Zijn zoon maakte deze wens waar.