Schrijfresidentie Wisper (week 3)

Het was een vruchtbare week. Ik werkte versie-ik-weet-niet-meer-hoeveel van mijn nieuwe manuscript af.

In de eindfase – ik hoop toch dat ik daar beland ben – voelt het alsof ik een timmerman ben die schaaft en schuurt om een zo mooi mogelijk resultaat te verkrijgen. Een woord vervangen door een ander woord, of nee, toch dat eerste woord behouden. Een hoofdstuk dat naar voor moet in het verhaal. Of moet het volledig geschrapt worden? En niet te vergeten: de stopwoordjes eruit in filteren. In dit verhaal werd veel te veel Cynar met witte wijn gedronken en vloeiden ook de beschrijvingen van kleuren iets te rijkelijk. Schrappen, schrappen dus.

Het is fijn om dit timmerwerk in het beeldatelier van Wisper te doen. De tafels zijn er groot zodat ik me kan omringen met alle papieren, aantekeningen en nota’s die ik nodig heb. Ik maak ook een groot schema zodat ik een overzicht krijg van wat ik in welk hoofdstuk vertel.

Het manuscript kan nu een tijd aan de kant. Opsturen naar de uitgeverij en wachten op de feedback. Volgende week is er dus tijd en ruimte voor wat anders.

Deze week kreeg ik voor het eerst gezelschap van Elske Van Lonkhuyzen. We werken een namiddag samen. Gek hoe het getik van haar vingers op haar laptop mij aanzet om niet te treuzelen en ijverig door te schrijven. Soms is het even stil, dan telt ze haar haiku-woorden op haar vingers na. Ik kijk alvast naar haar toonmoment eind augustus.

En kijk, de Bouwmeestersstraat is mijn manuscript in geslopen.